Spelling

posted 27 Sep 2015, 19:11 by NTC Teacher   [ updated 28 Sep 2015, 16:28 ]
Deze week zet ik hier een uitgebreide uitleg over de spellingmethode neer. Aangezien de kinderen er steeds beter mee kunnen werken is het voor jullie als ouders misschien ook fijn om er naar te kunnen verwijzen wanneer er thuis aan bijvoorbeeld cultuuropdrachten gewerkt wordt

Op onze school zijn we dit jaar gestart met het gebruiken van de lees- en spellingsmethodiek ‘zo leren kindren lezen en spellen’ van Drs. José Schraven in groep 1/2/3. Vanaf groep 4 wordt er met STAAL gewerkt en deze is ook geschreven naar aanleiding van diezelfde methodiek, met de hulp van de bedenkster.

Kinderen in groep 1 en 2 krijgen de letters en tweeteken klanken aangeboden met de lettergebaren. De kinderen moeten de letters herkennen en de gebaren helpen hen daarbij, ze zijn ter ondersteuning. Als een kind in groep 2/3 wil weten hoe iets gespeld wordt gebruiken we vaak de spellingsgebaren om hen te helpen. Doordat de kinderen hun handen gebruiken met de lettertekens zijn ze op meerdere manieren bezig de letters op te slaan.

In groep 1 zijn we verder veel bezig met auditieve synthese (letters tot een woord vormen) en auditieve analyse (een woord in letters verdelen). Dit is het voorbereidend lezen en spellen. Denk er thuis aan dat…:

  • je letters niet bij de alfabetische naam noemt, maar uitspreekt zoals ze in een woord klinken (fonetisch) b-oo-m, geen bee-oo-em.
  • je let op de vorming van de letters wanneer je kind gaat schrijven. Letters en cijfers beginnen boven aan de lijn en moeten niet worden omgedraaid. Als je kind consequent een letter verkeerd vormt, wordt het later lastig om dat nog af te leren.
  •  je let op de schrijfhouding en met name dat je kind het potlood goed vast heeft
  •  voorlezen een belangrijke stap is in de leesontwikkeling. Als je een prentenboek voorleest is het ook goed om te laten zien waar je begint met lezen, eventueel wijs je soms woorden aan met je vinger. Dit laat de kinderen zien dat een woord, eenzin en een boek van links naar rechts wordt gelezen.

In groep 2 en 3 wordt het spellingsonderwijs geïntroduceerd. In groep 2 schrijven we vrijwel alleen klankzuivere woorden, nadat de leerlingen alle letters kennen. Klankzuivere woorden zijn van de categorie hakwoorden, je schrijft het woord zoals je het hoort. Elk woord kun je als het ware in letters hakken en dan precies opschrijven wat je hoort. We gebruiken hierbij de hakkaarten die we in groep 4 ook gaan gebruiken, in elk vakje past een letter.

In groep 3 wordt er een stap gemaakt naar de niet-klankzuivere woorden. Deze worden al aangeboden met de plaatjes en animaties van de STAAL spellingcategorieën zoals de kinderen deze in groep 4 gaan gebruiken. Spellingsmoeilijkheden als ng/nk of cht/sch komen aan bod en worden en ook de tweeteken klanken worden extra ingeoefend, met de bijbehorende spellingsgebaren. De kinderen leren ei- en au woorden onthouden aan de hand van een rap die bij STAAL hoort.

De kinderen gaan tevens klankgroepen benoemen en zetten letters en klankgroepen in de juiste categorie. Er zijn 4 soorten letters; lange klanken, korte klanken, medeklinkers en twee-tekenklanken. Het wegzetten van letters in deze groepen is belangrijk  om later open- en gelsoten lettergrepen te kunnen lezen en schrijven.

In groep 3 starten we al met simpele klankgroepwoorden. Een klankgroepwoord is een woord dat je in stukken kan verdelen. Het zijn woorden met open- of gesloten lettergrepen.

Een klankgroepwoord hakken doe je in klankgroepen, niet in lettergrepen: bo(o)-men, ba-(k)ker. Aan het eind van het eerste stuk (klankgroep) horen we een klank, dit is de laatste klank. De laatste klank plaatsen we in een van de klangroepen (lange/korte klank, medeklinker of tweeteken klank). Iedere groep heeft een regel, deze regel geeft aanw at er met de klank gebeurd in het klankgroepenwoord.

Lange klanken

“Ik haal een stukje van de aa/ee/oo/uu weg”

(oftwel: lange klanken hebben pech, ik haal er eentje weg…)

Korte klanken

“Ik schrijf de …. (mondletter/medeklinker) dubbel” 

(oftewel: een korte klank krijgt van mij er een letter bij…)

Tweetekenklank

“Schrijf het woord, zoals je het hoort”

Medeklinkers

“Schrijf het woord, zoals je het hoort”

Groep 4 t/m 8: In de groepen 4 t/m 8 wordt op een vergelijkbare manier gewerkt als in groep 3. Deze werkwijze is voor deze groepen opgenomen in hun spelling/grammatica methode; STAAL. In de groepen 4 tot en met 8 worden de categorieën uitgebreid:

- In groep 4 komen er 4 spellingscategorieën bij

- In groep 5 komen er 7 nieuwe spellingscategorieën bij en wordt er veel geoefend met woorden met meerdere categorieën in één woord.

- In groep 6 komen er 9 nieuwe categorieën bij en worden oude categorieën uitgebreid.

- In groep 7 komen er 5 categorieën bij. De meeste van deze categorieën geven geen echte regel meer aan maar moeten ingeprent worden.

De regels oefenen we op school. Ze zijn terug te vinden in de bijlage op de categoriekaart. De kinderen hebben de categoriekaart in hun spellingboekje, ook hebben ze daar bijvoorbeeld ei- en au plaat om hen te helpen met deze woorden. Verder staat er in dat boekje uitleg over de grammatica die wordt aangeboden, leestekens, zinsdelen en woordsoorten. We maken dictees en oefenen in ons werkboek. In principe gebeurt dat allemaal op school. Thuis kunnen de kinderen verder oefenen met het software programma van Staal.

Er zijn allerlei manieren bedacht op de kinderen de categorie regels goed aan te leren. De instructie gebeurt met gebaren, waar mogelijk worden rijtjes en uitzonderingen aangeleerd met een leuke rap, een liedje of een versje. Verder is het natuurlijk oefenen, oefenen, oefenen en herhalen.